Cyriel Buysse

Cyriel Buysse(1859-1932) groeit op in een gegoed milieu in Oost-Vlaanderen.

Toch wordt hij   de meest gelezen auteur van de wantoestanden op het Vlaamse platteland rond de eeuwwisseling.
Via zijn werken uitte hij kritiek  op  Kerk en Burgerij ( De plaatsvervangende vrederechter, Het recht van de sterkste)
Net als Emile Zola  botste hij met de fatsoensnormen van zijn tijd. Eens noemde men hem de ‘perversen dekadent’.
Aanvankelijk waren zijn werken vrij zwaarmoedig, maar na de eeuwwisseling werd de toon lichter en kwam er meer plaats voor humor en ironie
Pas in 1921 , vrij laat, ontving hij de Driejaarlijkse Staatsprijs voor het Proza.


Het gezin van Paemel (1903)


Het toneelstuk, dat later werd verfilmd, gaat over het eeuwige thema van verdrukking , onrecht en hoe hiermee te leven en te overleven.
Buysse hanteert ontspannende en humoristische elementen in zijn verhaal .

Tegen het decor van de economische crisis en het opkomende socialisme schetst hij de ondergang van het pachtersgezin Van Paemel.
Vader Van Paemel is overgeleverd aan een tweevoudige almacht: van de rijke baron-kasteelheer die hem willekeurig uitzuigt én de dorpspastoor die slechts gelatenheid en gehoorzaamheid predikt. Troost is slechts te vinden in de rijkelijk vloeiende jenever en – vooral dan voor dochter Céléstine – bij God.
De halsstarrige en onredelijke boer heeft geen begrip voor de nieuwe denkbeelden van zijn maatschappelijk geëngageerde twee zonen en raakt meer en meer geïsoleerd.
Zo vecht het gezin niet alleen een politieke strijd uit, maar ook een generatieconflict .
Boer Van Paemel beklijft vooral met zijn naar het einde toe  indrukwekkende monoloog .
Daarin overloopt hij zijn triest lot, maakt brandhout van zijn bestaan en neemt afscheid van zijn opstandige zoon Kamiel.

Een slot dat niemand onbewogen laat.