Rinus Van de Velde werd als kind geboeid door een beeldhouwer in zijn geboortedorp.
Hij verpoosde graag bij zijn wat aparte woning met grillige kunstwerken in de tuin.
Het vrij en ongebonden creëren op eigen ritme boeide hem.
Wellicht trok het wat eigenzinnige leven van de kunstenaar zo zijn aandacht dat het de kiem legde voor zijn latere beroepskeuze.

Meer dan van het zicht op de Grand Canyon zelf kan hij genieten van een schilderij, een interpretatie ervan door David Hockney. Het is het innerlijk ervaren van de werkelijkheid die hem het meest beroert.
Zo maakt hij reizen naar de tropen en veel andere plaatsen, fictieve reizen wel te verstaan, reizen in zijn hoofd. We vinden de beleving ervan, de foto’s als het ware terug in zijn monumentale tekeningen.

Zijn werk is niet bedoeld om emoties weer te geven of op te wekken.
Het gaat meer om met vormen en kleuren een beeld te creëren, een landschap, een winkel, een station.
Het gaat ook over hoe de wereld zou worden als hij die zou zien door de ogen van bekende verwanten van hem, van kunstenaars zoals Monet bijvoorbeeld
Hij is ook beeldhouwer, maar tekenen met houtskool blijft, nu hij 15 jaar bezig is, zijn belangrijkste kunstvorm. Het is ook de essentie, de eenvoud: potlood en papier.
Steeds op zoek naar een andere beleving van de realiteit van zijn omgeving maakt hij in zijn atelier minutieus grote decors, filmscenes al het ware. Zo transformeert hij bvb. zijn kunstatelier in een kantoorgebouw. Die decors kunnen niet blijven staan natuurlijk , maar wel zijn er 2D en 3D opnames ervan die op de tentoonstelling te zien zijn.
Zijn werken in Bozar krijgen als het ware een nieuw leven in de ruimtes van dit museum. Ze krijgen ook context en vertakkingen naast de werken van kunstenaars waar hij zich op een of andere manier verwant mee voelt of die hij bewondert.

