Rinus Van de Velde

Rinus Van de Velde werd als kind geboeid door een beeldhouwer in zijn geboortedorp.
Hij verpoosde graag bij zijn wat aparte woning met grillige kunstwerken in de tuin.
 Het  vrij en ongebonden  creëren op eigen ritme boeide hem.
Wellicht trok het wat  eigenzinnige leven van  de kunstenaar zo zijn aandacht dat het de kiem legde voor zijn latere beroepskeuze.

Meer dan  van  het zicht op de Grand Canyon zelf kan hij genieten van een schilderij, een interpretatie ervan door  David Hockney. Het is het innerlijk ervaren  van de werkelijkheid die hem het meest beroert.
Zo maakt hij reizen naar de tropen en veel andere plaatsen, fictieve reizen wel te verstaan, reizen in zijn hoofd.  We vinden  de beleving ervan, de foto’s als het ware terug in zijn monumentale tekeningen.


Zijn werk is niet bedoeld om emoties weer te geven of op te wekken.
Het gaat meer om met vormen en kleuren  een  beeld te creëren,  een landschap, een winkel, een station.
 Het gaat ook over hoe de wereld  zou  worden als hij  die zou zien door de ogen van bekende verwanten van hem, van kunstenaars zoals  Monet bijvoorbeeld



Hij is ook beeldhouwer, maar tekenen met houtskool blijft, nu hij 15 jaar bezig is,  zijn belangrijkste kunstvorm. Het is ook de essentie, de eenvoud: potlood en papier.
Steeds op zoek naar een andere beleving van de realiteit van zijn omgeving maakt hij in zijn atelier minutieus grote decors,  filmscenes al het ware.  Zo transformeert hij bvb. zijn kunstatelier  in een kantoorgebouw.  Die decors  kunnen niet blijven staan natuurlijk , maar wel zijn er  2D en 3D opnames ervan  die op de tentoonstelling  te zien zijn.

Zijn  werken in Bozar krijgen als het ware een nieuw leven in de ruimtes van dit museum. Ze krijgen ook context en vertakkingen naast de werken  van  kunstenaars waar hij zich op een of andere manier verwant mee voelt of die hij bewondert.

Cyriel Buysse

Cyriel Buysse(1859-1932) groeit op in een gegoed milieu in Oost-Vlaanderen.

Toch wordt hij   de meest gelezen auteur van de wantoestanden op het Vlaamse platteland rond de eeuwwisseling.
Via zijn werken uitte hij kritiek  op  Kerk en Burgerij ( De plaatsvervangende vrederechter, Het recht van de sterkste)
Net als Emile Zola  botste hij met de fatsoensnormen van zijn tijd. Eens noemde men hem de ‘perversen dekadent’.
Aanvankelijk waren zijn werken vrij zwaarmoedig, maar na de eeuwwisseling werd de toon lichter en kwam er meer plaats voor humor en ironie
Pas in 1921 , vrij laat, ontving hij de Driejaarlijkse Staatsprijs voor het Proza.


Het gezin van Paemel (1903)


Het toneelstuk, dat later werd verfilmd, gaat over het eeuwige thema van verdrukking , onrecht en hoe hiermee te leven en te overleven.
Buysse hanteert ontspannende en humoristische elementen in zijn verhaal .

Tegen het decor van de economische crisis en het opkomende socialisme schetst hij de ondergang van het pachtersgezin Van Paemel.
Vader Van Paemel is overgeleverd aan een tweevoudige almacht: van de rijke baron-kasteelheer die hem willekeurig uitzuigt én de dorpspastoor die slechts gelatenheid en gehoorzaamheid predikt. Troost is slechts te vinden in de rijkelijk vloeiende jenever en – vooral dan voor dochter Céléstine – bij God.
De halsstarrige en onredelijke boer heeft geen begrip voor de nieuwe denkbeelden van zijn maatschappelijk geëngageerde twee zonen en raakt meer en meer geïsoleerd.
Zo vecht het gezin niet alleen een politieke strijd uit, maar ook een generatieconflict .
Boer Van Paemel beklijft vooral met zijn naar het einde toe  indrukwekkende monoloog .
Daarin overloopt hij zijn triest lot, maakt brandhout van zijn bestaan en neemt afscheid van zijn opstandige zoon Kamiel.

Een slot dat niemand onbewogen laat.